De afscheidsbrief van J. Kars

In januari van dit jaar zocht Bram Jansen in Arkel wat spullen bij elkaar voor de rommelmarkt. Daaronder was een doosje boeken dat hij van zijn moeder geërfd had. Voor…

In januari van dit jaar zocht Bram Jansen in Arkel wat spullen bij elkaar voor de rommelmarkt. Daaronder was een doosje boeken dat hij van zijn moeder geërfd had. Voor de zekerheid bladerde hij ze nog eens door en tot zijn verrassing trof hij een aantal vergeelde beschreven velletjes aan. Hij begon te lezen en allengs werd zijn aandacht meer gespannen, tot hij tot de conclusie moest komen dat hij hier met bijzondere documenten te maken had. Het waren afscheidsbrieven van een tweetal mannen die in Frankrijk op het punt stonden geëxecuteerd te worden. Het was in het jaar van 1942.

In zijn woning in het bejaardencentrum De Peperhof vertelt Jansen, hoe waarschijnlijk de brieven in zijn ouderlijk huis te Schoonhoven terecht zijn gekomen. We gaan terug naar het bombardement van Rotterdam in de meidagen van 1940. Bram woont met zijn familie op het Oostplein vlakbij de Marinierskazerne. Als de bommen neerkomen, vlucht de familie naar een tuinder buiten de stad. Bij terugkomst treffen ze een puinhoop aan op de plek waar eens hun huis stond. Vlak daarop overlijdt vader. Moeder krijgt met haar kinderen een pandje aangewezen in Rotterdam-West, waar ze als nering een kleine winkel gaat drijven. Het wordt 1944. Geallieerden bombarderen Rotterdam. Ook het winkeltje van weduwe Jansen. Volkomen berooid weet zij een levensonderhoud te organiseren als huishoudster bij een heer in Schoonhoven. Oudste zoon Bram wordt als vijftienjarige hoofdkostwinner. De oorlog is inmiddels afgelopen. In 1947 wordt Bram als dienstplichtig militair naar Indië gestuurd waar hij drie jaar verblijft. Bij terugkomst hoort hij van zijn broers en zusters dat moeder een bijzondere vondst heeft gedaan in een kabinet dat ze op een boelhuis in de omgeving heeft gekocht. Na aankoop had moeder het meubelstuk geïnspecteerd en tot haar verrassing een geheim laatje ontdekt. Moeder was niet al te duidelijk geweest naar haar kinderen wat de inhoud betreft en had gesproken over sieraden en nog wat zaken.

Toen Bram in januari j.l. de brieven ontdekt had, legde hij de connectie met de vondst van moeder in het ‘geheime laatje’. In de tekst van één van de brieven was hij de naam Kars tegengekomen en verderop wordt duidelijk dat het een predikant betreft. Vagelijk herinnert Bram zich dan dat hij tijdens de jaren in Schoonhoven eens deze naam heeft gehoord in verband met de oorlog. Hij besluit een paar kopieën aan de beheerder van De Peperhof, Cees van Andel, te geven. Deze is aan de plaatselijke historische vereniging  verbonden. Aan hem wordt gevraagd of hij de achtergrond van deze brieven kan uitzoeken om eventuele nabestaanden deze intieme documenten te overhandigen.

Cees van Andel wordt benaderd door een verslaggeefster van de Gorcumse Courant naar aanleiding van een Amerikaans vliegtuig dat in 1943 achter zijn geboortehuis in het Rietveld neerstortte. Bij die gelegenheid laat hij de brieven zien. Zij wordt gegrepen door de enorme emotie die wordt opgeroepen bij het lezen van de woorden van een vader die afscheid neemt van zijn kinderen. Hij wordt zelfs gemaand op te schieten, want het vuurpeloton wacht. De andere brief van een jonge adelborst, Leen van Leeuwen genaamd, schrijnt van pijn door de wetenschap dat dit jonge leven straks wordt afgekapt. Op deze brief staat een aantekening dat hij is overgeschreven van het origineel.

Allerlei vragen tuimelen over elkaar. Wie zijn deze mensen, waarom werden zij geëxecuteerd, waar zijn hun familieleden, waar is hun graf?

Ook de verslaggeefster herinnert zich iets als zij de naam Kars leest. Dat was toch de familie van de voormalige meubelzaak bij het Schoonhovense Veer te Gelkenes? Haar inmiddels overleden vriendin Tilly in Israël had de oorlog kunnen overleven door bij deze familie onder te duiken. Zou dit feit mede aanleiding zijn geworden dat deze man werd geëxecuteerd?

Het zou het begin worden van een lange zoektocht met een verrassend eind. De weduwe Kars in Gelkenes reageert geïrriteerd, omdat ze al talrijke malen benaderd zou zijn omtrent dit onderwerp, maar bevestigt wel dat zij familie van dominee Kars is, maar wil verder geen informatie meer geven. Het spoor leidt naar een oud verzetsman in Schoonhoven die weet te vertellen dat hij een predikant te Nieuwpoort was en wegens verzetsactiviteiten in de gevangenis van Schoonhoven heeft gezeten. Informatie bij de historische vereniging aldaar levert een andere aanwijzing op. Niet in Nieuwpoort zou hij predikant zijn geweest, maar in Bleskensgraaf. Uit de informatie aldaar blijkt ook dat niet juist, hij zou predikant in Brandwijk zijn geweest. Er wordt geadviseerd contact op te nemen met mevrouw Corrie Vink, secretaresse van de Historische Vereniging Binnenwaard. Daar gaat het onderzoek in de versnelling. Corrie weet te vertellen dat bij hun vereniging, nog geen zes weken geleden, ook een afscheidsbrief van dominee Kars is opgedoken. Ook zij is aan het zoeken gegaan en kan vertellen, dat de brief uit Arkel hoogstwaarschijnlijk niet het origineel is. Her en der in de Waard zouden in de afgelopen jaren kopieën zijn opgedoken. Corrie heeft zelfs een foto van Jan Kars op de kansel in de kerk van Brandwijk. Van deze en gene heeft ze gehoord dat hij een man was met een sterk charisma en zo zijn eigen ideeën had. Dit werd niet door iedereen gewaardeerd. In 1937 zou hij naar Capelle aan de IJssel vertrokken zijn.

De verslaggeefster had geluk toen ze contact opnam met de gemeente aldaar. Ze trof een ambtenares in de catacomben van het gemeentehuis die direct geïnteresseerd was in het onderwerp. Ze bleek zelfs een heel dossier van de predikant te hebben! Brieven op wc-papier, katoen, dankbrief van koningin Wilhelmina, brieven van de Oorlogsgravenstichting, allemaal zaken waaruit wel duidelijk werd dat we met een bijzonder man te doen hebben. Na wat speurwerk en het telefoonboek kon een dochter opgespoord worden. Mevrouw J. Bonte-Kars. werd snel gebeld en ’s avonds kon al een bezoek gebracht worden in haar huis in de wijk Middelwatering in Capelle aan de IJssel.

De zeventigjarige Janni, die in Brandwijk werd geboren vertelt het verhaal  over haar vader, een verhaal dat zij sinds de dood van haar vader honderden malen al verteld heeft. Zij is het enige nog levende kind van Kars, dus de verslaggeefster heeft geluk. De Arkelse brief is namelijk één van de honderden kopieën die door heel Nederland zijn verspreid. ‘Vorige week kreeg ik nog een telefoontje uit Zeeland. Telkens denken we weer: Nu hebben we het gehad, maar de laatste tijd lijkt het wel of het steeds drukker wordt. We denken dat het komt omdat de generatie van toen nu sterft en brieven in boeken en kasten opduiken.

Vader werd geboren in de Kerkstraat te Schoonhoven. Hij werd godsdienstleraar en trouwde met Dina Itjeshorst van de gelijknamige boekhandel in de Lopikerstraat te Schoonhoven. Hij werd godsdienstleraar in Brandwijk (1928-1933, red.).We woonden als familie in de pastorie naast de kerk, een huis dat inmiddels is afgebroken. Van die periode weet ik niet veel, ik was nog te klein. In 1936 verhuisden we naar Kralingse Veer dat bij Capelle aan de IJssel hoorde. Hij werd daar voorganger van de Nederlands Hervormde Evangelisatiegemeente op Gereformeerde Grondslag.

 

Dit artikel is eerder verschenen in verenigingsblad ‘De Binnenwaard’ maart 2002.