De naaidoos

Langzamerhand kregen vrouwen zoveel naai- en handwerkattributen, dat men behoefte kreeg aan opbergmogelijkheden. Aan het einde van de achttiende eeuw en begin negentiende eeuw kwamen naaidozen en naaitafeltjes in de mode.

Vanuit Frankrijk werden elegante naaitafeltjes en kostbare naaidozen met gouden of zilveren naaigerei geïmporteerd. Ook werden er dozen in de Oriënt besteld, zoals ivoren naaidozen met naaigerei van ivoor uit China en gelakte dozen met een inhoud van paarlemoer uit Japan. Onze eigen vaklui maakten naaidozen van notenhout en mahonie soms met inlegwerk van zilverdraad. Er zijn ook dozen, waarbij een andere houtsoort gebruikt werd voor het inlegwerk, bijvoorbeeld palissander: een harde tropische houtsoort.
Natuurlijk waren de meeste naaidozen zonder inhoud, maar wel met vakjes waar je dan zelf naaigerei in kon doen. Het fijne naaigerei uit de Oosterse naaidozen was vaak te teer voor onze stevige Hollandse handen. Zelf heb ik uit de familie een doosje, waarin onder andere een piepklein ivoren tonnetje zit voor garen met een gaatje om de draad door te halen. Nog een paar tonnetjes, een kleine ivoren tafelklem en een mooi bewerkt naaldenkokertje behoren tot de inhoud. Het is bijna 200 jaar oud, maar waarschijnlijk nooit gebruikt. Ook vond ik uit dezelfde tijd een ivoren vingerhoed, de putjes waren met de hand aangebracht en de top was er apart op bevestigd.

Flesje reukzout
In een naaidoos met allerlei naaigerei kom je soms voorwerpen tegen die niets te maken hebben met handwerken, bijvoorbeeld een flesje eau de cologne of reukzout tegen flauwte. De dames hadden namelijk vroeger heel nauw geregen korsetten aan, waardoor ze soms flauw vielen. In de tweede helft van de negentiende eeuw was een slanke, ingesnoerde taille nog steeds mode. Na 1875 werd er steeds meer tegen geprotesteerd, ook in verband met de gezondheid. Er verschenen spotprenten met naar adem snakkende dames en hijgende kameniersters die aan de veters van het korset trokken. Het was trouwens heel gewoon om tijdens een bal elegant flauw te vallen (te bezwijmen) en in de armen te vallen van een toesnellende heer. Voelde men zich onder het naaien of verstellen niet goed worden, dan was een hulpmiddel als vlugzout vlakbij de hand in de naaidoos.

Geheim laatje
Een naaitafel had soms een geheim laatje, dat door op een bepaalde plek te drukken te voorschijn sprong. Daarin werd een liefdesbrief of testament opgeborgen. Mijn jongste dochter erfde uit de familie van mijn moeder een oude secretaire en ontdekte bij het schoonmaken ook een geheim vakje; in meubels uit de achttiende eeuw en begin negentiende eeuw tref je dat zo nu en dan aan.
Wanneer iemand overleed werd de naaidoos niet weggegeven. Deze bleef in de familie als een persoonlijke herinnering. In mijn ouderlijk huis waren verschillende naaidozen. We spraken dan ook over ‘moeders naaidoos’ en ‘oma’s naaidoos’. In de doos van mijn grootmoeder zat nog steeds haar negentiende-eeuwse naaigerei onder andere een zilveren tornmesje, een vingerhoeddoosje van paarlemoer met vingerhoed, een speldendoosje van onyx en haar eigen maasbal van twee kleuren hout.

naaidoos1
Naaidoos, maasbal en naaigerei

Handwerk
Onze oudste naaidoos is waarschijnlijk van mijn overgrootmoeder geweest: gemaakt van walnotenhout met bronzen beslag. Precies dezelfde doos is afgebeeld in het Engelse boek The history of needlework tools and accessories. Wij, gewend aan plastic artikelen, zijn verbaasd over de mooie en met zorg gemaakte voorwerpen uit die oude naaidozen. De huisvrouw had niet veel persoonlijke bezittingen, iets voor de naaidoos was daarom altijd welkom. Een heel mooi ivoren doosje in de vorm van een eikel voor een zijden centimetertje komt waarschijnlijk ook uit de naaidoos van deze overgrootmoeder, of wie weet misschien wel uit de doos van haar moeder. Naaigerei ging nu eenmaal van moeder naar dochter. Een dorpstimmerman maakte voor ons gezin een grote naaidoos met uitgesneden bloemen. Televisie was er toen nog niet en hij vond het leuk om ’s avonds bij de kachel hout te bewerken. Dezelfde timmerman zou ook een naaidoos voor mij maken, maar na de Tweede Wereldoorlog had hij geen hout meer. Hij ging toen naar de familie Veldink om te vragen of zij een mooi stuk hout voor hem hadden. Inderdaad kreeg hij een stuk keihard eikenhout, dat echter moeilijk te bewerken was. Vandaar dat op mijn naaidoos ruitjes en geen bloemen staan.

Naaikussennaaidoos2
Er waren ook naaidozen met een groot speldenkussen op het deksel. Dit kon als naaikussen worden gebruikt. Bij een naaikussen werd de te naaien stof met een speld op het vrij zwaar gevulde kussen vastgezet. Met de linkerhand hield de naaister dan de stof strak en nu kon ze met de rechterhand gelijkmatig naaien. Meestal had men een apart naaikussen op schoot. Zittend in een gemakkelijke stoel en met de voeten op een stoof, ’s winters zat hierin een kooltje vuur, kon men regelmatig naaien. Boven op het deksel zat dus soms een speldenkussen en aan de binnenkant was vaak een spiegel. Als er onverwachts bezoek kwam, kon de huisvrouw vlug even kijken of haar haar goed zat. Voor stopwol werd nog al eens een mandje gebruikt. Meisjes hadden meestal een naaimandje in plaats van een naaidoos.

Kamferhout
Ook heb ik een naaidoos, gemaakt uit hout van een kamferboom. Insecten, zoals de ons bekende klerenmot, vinden de geur van het hout akelig en verdwijnen. Daardoor maakte men graag hutkoffers, dekenkisten en naaidozen van dit hout. Het wijfje van de klerenmot vliegt rond en zoekt naar een geschikte wollen stof of bont om haar eitjes op te deponeren. Later komen de rupsen uit hun kokertjes van spinsel en beginnen meteen van de wol te eten: nu ontstaan de zogenaamde motgaatjes. Wanneer bont in een kist of stopwol in een naaidoos van kamferhout is opgeborgen, wordt de inhoud beschermd tegen rondvliegende motjes, want die gaan er gauw vandoor als ze kamferhout ruiken. Mijn naaidoos is ondertussen al zeventig jaar, maar het luchtje verdwijnt niet.speldenkussen met vingerhoed
Er zijn verschillende soorten kamferbomen on­der andere in China, Japan en Formosa. De geur van het hout uit elk land is verschillend. Een houtspecialist vertelde, dat mijn naaidoos waar­schijnlijk van Japans kamferhout (Cinnamo-mum camphora) is ge­maakt, vanwege de muffe geur. Bovendien is de doos vederlicht, ook een kenmerk volgens hem. Op het deksel is een fruitmand uitgesneden; het hout is dus blijkbaar gemakkelijk te bewerken.

Zoals u ziet zijn naaidozen alledaagse voorwerpen die, als je er naar zoekt, een heel verhaal over het leven van onze moeders en grootmoeders vertellen.

Dit artikel is met dank aan en toestemming van de redactie overgenomen uit Traditie, tijdschrift over tradities en trends, jaargang 7 nummer 1, pagina 33-35. Dit is een uitgave van het Nederlands centrum voor Volkscultuur.

 

Dit artikel is eerder verschenen in verenigingsblad ‘De Binnenwaard’ maart 2006.