Een beeldbepalend huis in Molenaarsgraaf

Een levende taal verandert steeds. Er komen nieuwe woorden en begrippen bij en er verdwijnen er ook weer. Voorbeelden van nieuwe begrippen zijn o.a. ‘beschermd dorpsgezicht’ en ‘beeldbepalend gebouw’. Deze begrippen zijn bedoeld om iets aan te geven wat het behouden waard is, beschermd moet worden voor destructieve invloeden of aantastingen.

Iedere plaats heeft wel van die gezichten of gebouwen die het karakter van het dorp of de stad bepalen. Bekende voorbeelden zijn kerken die met een toren meestal boven alle andere gebouwen in de omgeving uitsteken. Op de voorkant van het boek Eenheid en Scheiding* staat een tekening van het dorp Molenaarsgraaf zoals het er in 1756, in de ogen van tekenaar Paul van Liender, uitzag. Duidelijk is dat de kerk en ook de Graafstroom bepalend zijn voor die tekening. Dus beeldbepalend. Op de tekening staat links van de kerk een grote boerderij met daarvoor een aangespannen boerenwagen van een model zoals ook eeuwen daama nog werd gebruikt. De bomen vol in het blad, bootjes op het water en niets te zien van de gevolgen van overstromingen waarvan dit gebied zo dikwijls te lijden heeft gehad. Een idyllisch zomers plaatje.

Het is de afgebeelde boerderij en de plaats waar hij staat, waarover het in dit artikel vooral gaat.
In 1667 woonde daar Claes Ghijsbertszn Huysman. Volgens het register van de 200ste penning (ONA Dordrecht 3975) betaalde hij f.22.10.-. Claes was niet alleen boer, hij was van 1639 tot 1671 ook schout van Molenaarsgraaf. Een belangrijk man dus in de kleine gemeenschap van toen. In de kerk is nog een grafsteen te zien van zijn vrouw Sijchie Jansdr. Claes en Sijchie hadden een dochter Neeltje Claes die op 21 december 1670 in Molenaarsgraaf trouwde met Ghijsbert Jans Wouterloot, zoon van de schoolmeester van Ottoland. Door vererving kwam het land, een weer van 10½, morgen en een weer van dezelfde grootte met een huizing daarop, later in handen van Jan Wouterloot, de zoon van Ghijsbert Wouterloot en Neeltje Claes. Deze 2 weren komen overeen met de 21 morgen land van de omgelden (PA Molenaarsgraaf, nr 121). De naastliggende percelen waren, ten oosten van de heer Stoop en ten westen van de heer Beelaerts.

Jan Wouterloot trouwde omstreeks 1700 met Berber Pieters Backer. Jan overleed 25 oktober1749 en Berber 22 mei 1755, beiden in Molenaarsgraaf.

De Molenaarsgrafse buurt in het midden van de achttiende eeuw met links de boerderij waarover het in dit artikel gaat. Tekening van C. Pronk. Rijksprentenkabinet Amsterdam.
De Molenaarsgraafse buurt in het midden van de achttiende eeuw met links de boerderij waarover het in dit artikel gaat. Tekening van C. Pronk. Rijksprentenkabinet Amsterdam.

Op de lijst van de verpondingen (Rijksarchief Den Haag, nr. 486, 3de afdeling) zien we dat Jan Wouterloot een bouwhuys/schuur met 30 morgen land bezat. De huurwaarde is f. 23.-.-. Erachter staat geschreven dat het huis weg is met daarbij de naam Huybertus Kuipérie 1794. Ook het jaartal 1741 staat erbij en dat zou kunnen betekenen dat het huis is verwoest tijdens de watersnood van dat jaar. In een beschrijving van die overstroming lezen we: Op 3 januari 1741 was er een grote overstroming, zodanig dat zelfs de ramen van de boerderijen onder water kwamen te staan. In Bleskensgraaf stonden na een maand nog slechts drie huizen overeind. In Goudriaan spoelden veertien huizen weg en in Schelluinen bleven er nog vier van de vierentwintig over’. Hoewel niet vermeld, zal het in Molenaarsgraaf niet veel anders zijn geweest. Dat is ook te zien op de hoogste watersteen waarop staat ‘1740 en een stond het water aan deze steen’. Het was een van de ergste overstromingen.
Jan Wouterloot was van 1727 tot 1740 eveneens schout van Molenaarsgraaf. Na zijn overlijden raakte zijn weduwe in geldnood. Maar ook al voor zijn dood ging het financieel niet zo goed met hem. In 1736 had hij een hypotheek van f. 1000.-.- gesloten bij schoolmeester De Groot van Giessen-Oudekerk en in 1743 nog een van f. 1800.-.- bij de heer Papegaai in Dordrecht. In het jaar na zijn dood, op 26 september 1750, verkocht Barbera (Berber) Pieters Bakker, de weduwe van Jan Wouterloot, wonende te Naeltwijck (Sliedrecht), aan Pieter van de Giessen, het bouwhuis met schuur en 21 morgen land bij de kerk voor f. 1600.-.-. (RA Molenaarsgraaf nr. 1).

Op de gaarlijst van 1766 staat Pieter van de Giessen eveneens (PA Molenaarsgraaf nr. 34). De herkomst van Pieter van de Giessen is onder deze naam in de archieven niet te vinden. In 1713 gaf Pieters zoon Cornelis echter het overlijden aan van zijn vader Pieter Pieters Luchterhof. Achter de naam staat geschreven ‘alias van de Giessen’. Dat was dus dezelfde als Pieter van de Giessen. In 1786 deed dochter Cornelia Pieters Luchterhof aangifte van het overlijden van haar moeder Geertje Flipsen Luus, weduwe van Pieter Pieters Luchterhof.
In 1812 overleed een Cornelia Luchterhof maar dat is niet dezelfde als Cornelia Pieters. Dit is een dochter van Cornelis Pieters Luchterhof en Marigje van de Giessen, beiden overleden. Cornelia Cornelisdr. was 66 jaar oud en woonde op nr. 23. Dit is het nummer waar later Kuipérie woonde.
Cornelia Pieters Luchterhof, ongehuwd, meerderjarig, wonende alhier, verkocht op 7 januari 1794 aan Huibertus Kuipérie, schout alhier: Huijs, achterhuijs, schuur en erf met 21 morgen land alhier, oost Matthijs Brouwer en west Teunis Claas Boer en Jan Gerrits Verhoef, voor f. 2625.-.-. De boerderij was toen verhuurd aan Dirk Spek (RA Molenaarsgraaf nr.2).

Een nieuwe eigenaar en weer was het een schout!
Huibertus Kuipérie, geboren 7 februari 1762 te Zaandam en overleden 17 augustus 1817, was schout van 1787 tot 1816, ambachtsheer van 1799 tot 1808 en notaris van 1788 tot 1816. Op 11 juni 1790 is hij te Molenaarsgraaf getrouwd met Anna Catharina de Rooy, weduwe van Hendrik van Zijll. Zij is geboren te Arnhem 28 juli 1755 en overleden 14 september 1808 te Molenaarsgraaf.
Kuipérie bleef bij het overlijden van zijn vrouw achter met vier kinderen. Ze werden opgevoed door Theodora Maria de Rooy, die waarschijnlijk een zuster van zijn vrouw was. Theodora is op 27 december 1834 in Molenaarsgraaf overleden en begraven in een graf van haar vooroverleden echtgenoot Adrianus Slotenmaker (GA Molenaarsgraaf , Begraafboek).
Kuipérie bezat meer dan alleen de hofstee, want begin 1802 verkocht hij veel land aan diverse personen. In 1806 was zijn huis als hoogste aangeslagen, namelijk voor f. 36.-.-. (PA Molenaarsgraaf nr. 51). Op 28 juni 1810 was hij aan Tets van Goudriaan een bedrag van f. 1000.-.- schuldig (RA Molenaarsgraaf nr. 2). Als onderpand werd zijn hofstee genoemd, met 21 morgen land waarvan toen de buren waren, oost Thijs Brouwer, west nog steeds de kerk van Molenaarsgraaf, en Jan van Vuuren. Kuipérie had twee jaar eerder de Heerlijkheid van Molenaarsgraaf verkocht aan Tets van Goudriaan. Op 9 oktober 1810 verkochten de erven Willem Hoogendorp aan H. Kuipérie een stuck goeds van ouds de Ambachtsheerlijkheid van Molenaarsgraaf met 1 morgen hennipland en met de oosterse Molenkade en de Steegt, van de halve voorwetering tot de halve Graaf, oost Ary van Krimpen en west Willem Stuy, in huur bij Arie Brouwer, voor f. 2300.-.-.

De lidmatenlijst van de kerk van Molenaarsgraaf vermeldt: Huibertus Kuipérie en zijn dochter Adriana Lucretia Magdalena Kuipérie getrouwd met Adrianus Slotenmaker, een zoon van bovengenoemde Adrianus Slotenmaker en Theodora Maria de Rooy. Deze Adrianus Slotenmaker was schout van Molenaarsgraaf van 1825 tot 1850 en notaris van1824 tot 1854.

Molenaarsgraafse buurt getekend door D. Cannegieter. Links van de verklaring het huis met de grote tuin waar drie eeuwen schouten en burgemeesters woonden. Omstreeks 1896 werd rechts van dit huis de notariswoning gebouwd . Tekening archief HVB.
Molenaarsgraafse buurt getekend door D. Cannegieter. Links van de verklaring het huis met de grote tuin waar drie eeuwen schouten en burgemeesters woonden. Omstreeks 1896 werd rechts van dit huis de notariswoning gebouwd . Tekening archief HVB.

Het huis, oost van de kerk, was in 1830 van Adrianus Slotenmaker. Het was toen al geen boerderij meer. Volgens de kadastemummers hoorde er nog het volgende:
1192: watering                  1199 : watering
1193 : bos/hakhout           1290 : water/tuin
1194: water/bouwland       1297 : turn
1195 : bouwland                1292: water/tuin
1196: water/bouwland       1293: tuin
1197 : weiland                   1294 : huis/erf
1198 : water/weiland
Op kadasternummer 1293 werd later het notarishuis gebouwd.

In 1852 kocht Slotenmaker een huis van Hendrik Demper, verkocht het weer en kocht het weer terug in 1861 (dit is nu Dorpsstraat 36, Van Genderen). In 1861 heeft hij het huis van Frederik van Holten (nu Dorpsstraat 33, G.A.Vink) gekocht, dat hij in 1871 weer verkocht.
De bovengenoemde kadasternummers gingen over naar Nicolaas Ahazuerus Cornelis Slotenmaker, die van 1853 tot 1855 burgemeester van, en van 1854 tot 1867 notaris in Molenaarsgraaf was. De nummers 1196 en 1197 werden verkocht aan de gemeente die er omstreeks 1883 een school liet bouwen.
Omstreeks 1869/1870 gebeurde er iets met het huis, niet duidelijk is of het gerestaureerd werd of dat er nieuw gebouwd werd. Slotenmaker verkocht de nummers 1294 (huis), 1352 (was 1291 en 1292 gedeeltelijk), 1290, 1292 (beide water) en 1199 (water), aan A.C. Groeneveld, die van 1855 tot en met 1895 burgemeester van Molenaarsgraaf was. Deze verkocht in 1896 het stuk met kadasternummer 1352 en vertrok naar Den Haag. In die tijd werd er een huis op de tuin gebouwd. Waarschijnlijk is notaris Steehouwer de opdrachtgever geweest. Nadat er in 1897 nog een grensregeling was geweest verkocht notaris Steehouwer huis en tuin in 1904 aan zijn opvolger, notaris Ballot. De kadasternummers waren inmiddels veranderd in : 1864: huis, schuur en tuin; 1851 : weg; 1855 en 1856 is water.
Notaris H.A. Ballot verkocht zijn huis in 1919 aan notaris H.G. Boks die het in 1938 weer overdeed aan notaris J.A. Maris. De laatste liet er een stuk aanbouwen in 1952 en in 1957 kwam er een scheiding voor kantoorruimte.

Het huis met het oude kadasternummer 1294 werd in 1899 verkocht aan mevrouw Slotenmaker-de Bruin in Utrecht. Het is mogelijk dat burgemeester Pier Pruis, die van 1896 tot november 1904 in functie was, er heeft gewoond. Hij was gehuwd met een dochter Slotenmaker. De weduwe Slotenmaker-de Bruin verkocht in 1906 het huis aan Hendrik Adriaan van der Hoeven, die tot februari 1933 burgemeester was. In 1915 verkocht Van der Hoeven het huis aan gemeentesecretaris Gerit Rocus Vonk die het in 1918 inwendig liet veranderen.
Vonk verkocht het huis in 1927 weer aan burgemeester Van der Hoeven, die er na 72 jaar dus opnieuw eigenaar van werd. In 1934 kwam het in handen van Cornelis Jan van der Hoeven, secretaris van de gemeenten Molenaarsgraaf, Brandwijk en Wijngaarden, maar deze verkocht het al in 1936 aan de Diaconie van Molenaarsgraaf, die het nu nog steeds in eigendom heeft.

Als we de geschiedenis van dit stukje Molenaarsgraaf lezen, kunnen we constateren dat de gemeente eeuwenlang vanaf deze plaats, die het gezicht van het dorp mede bepaalde, werd bestuurd. Gedurende bijna drie eeuwen woonden hier schouten en burgemeesters en zij hebben het beeld dat anderen van de gemeente hadden, van hieruit bepaald. Hun woning was dus in dubbele betekenis een beeldbepalend huis!

* Eenheid en Scheiding, Historische schetsen van Molenaarsgraaf en Brandwijk.
Uitgave Stichting Publicaties Binnenwaard (Historische Vereniging Binnenwaard), 1994.

Dit artikel is reeds eerder verschenen in verenigingsblad ‘De Binnenwaard’ maart 2007.