Taxibedrijf Kotax in Wijngaarden

Het was geen gemakkelijke tijd in de jaren dertig van de vorige eeuw. Als gevolg van de economische crisis, die in 1929 in Amerika was ontstaan en ook in Nederland heerste, ging het veel bedrijven slecht en waren veel mensen werkloos.

Werklozen kregen wel geldelijke steun van de overheid maar dat was nauwelijks genoeg voor een minimaal bestaan. Er waren mensen die, liever dan steuntrekker te zijn, iets opzetten om toch vooral zelfstandig een inkomen te verwerven. Ze begonnen een handelde of bedrijfje, maar het was ploeteren en weinig verdienen, want iedereen moest zo zuinig mogelijk leven. Dikwijls liep het dan ook op niets uit. Nederland was arm. Ook op politiek gebied was het erg onzeker. Door de ontwikkelingen in Duitsland was er een dreiging van oorlog, al hoopte men in ons land dat Nederland er, zoals in de oorlog van 1914-1918, weer buiten zou kunnen blijven. Er was in die jaren dus niet alleen armoede, maar ook onrust en vooral onzekerheid.

In die dertiger jaren was Klaas Korevaar boer op een klein boerderijtje in Wijngaarden dat hij huurde. Hij moest hard werken om de kost voor zijn gezin te verdienen, en hij was er bovendien niet helemaal gerust op dat hij zijn bedrijf daar zou kunnen blijven uitoefenen. De eigenaar had namelijk een paar zoons die ook boer waren en hij vermoedde dat die kotax3ook zijn land wel eens zouden willen gaan gebruiken. Om wat achter de hand te hebben als dat zou gebeuren, begon hij naast zijn boerenbedrijf met een taxibedrijf onder de naam KOTAX, een naam die afgeleid was van zijn eigen naam en de aard van zijn bedrijf. Hij kocht een auto voor f. 425,- en kon beginnen. Slechts zeer weinig mensen bezaten in die tijd een auto, en als een bestemming niet per fiets te bereiken was of als er geen andere vervoersmogelijkheid voorhanden was, was men aangewezen op een taxi. Als gevolg van de slechte economische omstandigheden werd daar echter alleen in uiterste noodzaak gebruik van gemaakt.
Het was voor Korevaar niet altijd gemakkelijk om twee bedrijven naast elkaar te hebben. Een taxirit hield ook in, dat er gewacht moest worden tot de passagier weer mee terug kon rijden, en dat kon wel even duren. Zijn vrouw moest er dan voor zorgen dat het boerenbedrijf toch kon doorgaan en dat het vee tijdig werd gemolken.

Het begin
Klaas Korevaar heeft vanaf het begin alle ritten die hij maakte, met naam, bestemming en prijs, genoteerd in een rittenboekje. Zijn rittenboekjes zijn bewaard gebleven, zodat we de geschiedenis van het taxibedrijf en de inkomsten daarvan nog kunnen nagaan.
Zo lezen we dat als allereerste klant staat genoteerd J.C. van de Graaf, die hij op 21 december 1937 van Sliedrecht heeft gehaald voor 72 cent. De volgende dagen had hij eveneens slechts één ritje per dag, en dan nog meest in de directe omgeving, zoals Sliedrecht, Oud-Alblas en Bleskensgraaf. Aan het einde van 1931 had hij nog slechts enkele guldens uit zijn taxibedrijf ontvangen. De daarop volgende Nieuwjaarsdag had hij echter al vijf ritten, waaronder zelfs een van f. 7,-.
Er waren daarna ook dikwijls meerdere ritten per dag, maar de meeste slechts in de directe omgeving, waarbij Sliedrecht, en vooral het spoorwegstation in die plaats, de meest voorkomende bestemming was. Over heel 1938 staan er al meer dan vierhonderd ritten in het boekje.
Soms staat er iets meer bij, zoals bijvoorbeeld bij een rit op 18 januari 1939 naar Gouda. Hij noteerde: 93 km, onkosten f. 1,85 en 3 1/2 gew. Hij heeft dus 3 1/2 uur moeten wachten voor de terugrit kon worden aangevangen. De ritprijs bedroeg toch maar f. 9,80 in totaal! Het taxibedrijf was zeker geen rijke inkomstenbron.
Hij reed ook huwelijken en begrafenissen, en ook die zijn met de prijs er bij genoteerd. We lezen dat er met zes of zelfs dertien wagens is gereden. Hij zal dus ongetwijfeld collega-taxibedrijven hebben ingeschakeld, zoals hij zelf ook wel eens voor zijn collega’s reed. Er waren bijvoorbeeld goede contacten met Baltax in Sliedrecht.
In 1939 had hij een klant voor een tocht naar de Afsluitdijk, een rit van 520 km, waarvoor hij zes cent per km rekende, de prijs waarmee hij ook reclame maakte.
Per 1 mei 1940 gebeurde wat hij al had gevreesd. Hij moest inderdaad noodgedwongen stoppen met zijn boerenbedrijf, omdat de eigenaar het land aan zijn zoons in gebruik gaf. Het boelhuis dat volgde bracht als gevolg van de slechte economische omstandigheden en de oorlogsdreiging, weinig op. Hij mocht nog wel in de boerenwoning blijven wonen en de schuur die er bij hoorde gebruiken. In die schuur werd ook de taxi gestald. Later moest hij de woning toch nog verlaten omdat er een knecht in gehuisvest moest worden. De burgemeester, die hij dikwijls vervoerde, zorgde er voor dat hij een ander huis kreeg.
Omdat Korevaar alleen van het taxibedrijf met zijn gezin niet kon leven, moest hij daarnaast nog andere inkomsten zoeken. Hij kreeg een agentschap van de Firma Guys uit Sliedrecht voor de verkoop van kolen. In Wijngaarden was een varkensfokvereniging en Klaas Korevaar was de berenboer. Met die beren behaalde hij ook wel prijzen.

De oorlog en daarna
Ook van de oorlogsdagen van mei 1940 vinden we iets terug in het boekje. Op 11 mei heeft hij een militair naar Gorinchem gebracht en op 14 mei heeft hij voor de gemeente wapens opgehaald die hij op de 16de heeft ingeleverd. Bij wie hij ze heeft opgehaald en waar hij ze moest inleveren, is niet vermeld. Het rittenboekje vertoont een hiaat van maart 1942 tot augustus 1946. Het staat niet in het boekje, maar zijn zoon wist te vertellen dat zijn vader de auto had laten onderduiken om inbeslagneming door de Duitsers te voorkomen. Hij had hem verborgen in de schuur van een bevriende boer, maar omdat hij dat uiteindelijk voor die boer te gevaarlijk vond, heeft hij hem naar zijn eigen schuur overgebracht, en daar op blokken gezet. Zo heeft de auto de oorlog overleefd.
In de oorlog was Korevaar samen met enkele anderen bij de luchtbescherming. Ze moesten controleren of iedereen de verduisteringsvoorschriften goed in acht nam, en wacht houden in de toren, om overvliegende, voor de Duitsers vijandelijke, vliegtuigen te signaleren en de bevolking te alarmeren als dat nodig zou zijn. Hij deed dat met enkele anderen in opdracht van de gemeente.
Klaas Korevaar was ook betrokken bij de plaatselijke brandweer die de beschikking had over een kleine brandspuit. Het verhaal gaat dat hij in geval van brand, er wel eens met de auto naar toe ging, en dat er dan een andere brandweerman in de koffer van zijn auto zat die de brandspuit vasthield en voorttrok. Zodoende konden ze vlug bij de brand zijn.
De eerste tijd beschikte Korevaar niet over een telefoonaansluiting, maar Job Kreukniet, de kruidenier, had die wel. Soms kwamen er oproepen voor Kotax via de telefoon van Kreukniet, die dan de boodschap overbracht. Aan diens lopen was meestal al te zien of er haast bij was. Later kreeg hij zelf telefoon en fungeerde zijn aansluiting als telefoon voor de hele buurt. Omdat in die tijd alle gesprekken nog moesten worden aangevraagd, duurde het wel eens lang voor de aansluiting tot stand kwam, zo lang dat wachtenden soms in slaap vielen.

kotax4Het rittenboekje van Kotax begint weer op 14 augustus 1946 met een ritje naar Oud-Alblas. De prijzen waren inmiddels flink gestegen, want een ritje station Sliedrecht  kostte toen f. 2,50. Het werd 1948, Nederland begon te herrijzen en Korevaar kreeg ook wat grotere bedrijven tot klant. Zo had hij in die tijd Visser & Smit uit Papendrecht als vaste opdrachtgever. Dat waren dikwijls ritten die zoden aan de dijk zetten, zoals naar Sas van Gent, meermalen gecombineerd met Waalwijk. Het jaar daarop komen ze echter niet meer voor. Het karwei in die plaatsen was toen waarschijnlijk gereed gekomen, of het bedrijf had eigen vervoersmogelijkheden geschapen. Ook de bestemming voor de andere klanten was gemiddeld wat verder dan in de begintijd, en mede door de hogere tarieven stegen de opbrengsten navenant.

Verre reizen
Een bijzondere bestemming zullen we wat uitvoeriger onder de loep nemen. Het rittenboekje vermeldt in 1950 heel eenvoudig: fam. v.d. Heijden, Frankrijk f 300,-. Maar zo eenvoudig als het daar staat, was het voor hem zeker niet. Hij sprak namelijk geen woord Frans en het rijden in een vreemd land was hem geheel onbekend. Toch nam hij de opdracht aan. Wat was het geval. Twee zoons van Koos van der Heijden uit Wijngaarden waren een boerderij begonnen in Chàtillon in de buurt van Reims en daar moest hij met enkele familieleden naar toe. Hij had zich goed op de rit voorbereid en een routebeschrijving van de ANWB gekregen waarin onder meer stond, dat er in Namen een cafeetje was waar Nederlands werd gesproken. ’s Morgens om acht uur zou het al open zijn. Dat zouden ze aandoen om even te rusten, een kopje koffie te drinken en zonodig nog wat informatie over de route te vragen. Ze hadden uitgerekend hoe laat zij op de plaats van bestemming zouden kunnen zijn en afgesproken dat er bij een stadspoort waar ze door moesten iemand zou staan die hen de weg naar de boerderij zou wijzen. De boerderij lag namelijk een eind van de weg af en zou moeilijk te vinden zijn.
Omdat de weg door Frankrijk voor hen vreemd was en de wegen nog niet zo goed waren, er was tenslotte nog maar kort tevoren een oorlog overheen gegaan, hadden ze er langer over gedaan dan berekend was. Toen ze veel later op de afgesproken plaats aankwamen, was de gids al vertrokken. Ze zijn toen maar op eigen houtje en op goed geluk doorgereden. Gelukkig hadden ze een briefje bij zich waarop stond dat ze geen Frans spraken en waar ze naar toe wilden. Na een poosje te hebben gereden zagen ze iemand op de fiets aan wie ze hun briefje toonden. Deze man deed heel enthousiast en beduidde hen dat ze hem maar moesten volgen. Dat ging goed, maar de weg gaf problemen, soms zwiepten er laaghangende takken tegen de auto, en dan weer verloren ze hem bijna helemaal uit het oog. Eindelijk bereikten ze hun doel! Het bleek een boerderij te zijn die geheel ommuurd was, met in die ommuring een viertal poorten. In 1951 werd dezelfde reis opnieuw gedaan, maar met minder hindernissen omdat de weg bekend was. Het boekje vermeldt dat de gereden afstand toen 1356 km was.
Ook in het daaropvolgende jaar was er een rit naar Frankrijk. Een van die keren moest er een babyuitzet mee, en daarvan vermoedden ze dat de douane daarover problemen zou kunnen maken. Klaas Korevaar, die altijd sigaren rookte, bood echter de douanier die hen controleerde, een sigaar aan, en ook een voor zijn collega. Na een vluchtige blik in de koffer van de auto mochten ze doorrijden. In september 1954 maakte hij een rit met een familie Tukker, waarvan een zoon ten zuiden van Parijs woonde. De ritprijs bedroeg toen 24 cent per km en de gereden afstand was 1709 km. Korevaar logeerde op die verre reizen met zijn passagiers gedurende het bezoek eveneens bij hun familie. Soms wel een week lang.

Het bleef moeilijk
Per 1 januari 1952 is er in het rittenboekje een belangrijke vooruitgang in de bedrijfsvoering van Klaas Korevaar te zien. Van die datum af schreef hij in het rittenboekje namelijk niet meer met potlood maar met een balpen!

In 1954 had hij een goede klant aan J.W. de Jong, aan wie voor ritten tussen 20 april en 23 juli in totaal f. 1800,90 in rekening werd gebracht voor vrijwel dagelijks tweemaal naar Bolnes. Ook dominee Van de Graaf was een trouwe klant van Kotax, al betrof het voornamelijk kleine ritjes. Een ritje naar het station kostte voor hem nog steeds f. 2,25. Er is een verhaal over een taxirit met dominee Van de Graaf. Op een avond met zeer dichte mist moest hij met zijn vrouw van het station in Sliedrecht worden gehaald. Ze waren op familiebezoek in Duitsland geweest en hadden afgesproken dat Korevaar hen op een bepaalde tijd zou komen afhalen. er hing een zeer dichte mist, en vanwege die mist had Korevaar zijn zoon meegenomen, omdat dat in die omstandigheden wel eens van pas zou kunnen komen. De heenreis was ondanks de mist nog wel doenlijk, maar op de terugweg zaten 2 personen achterin de auto, met als gevolg dat door hun gewicht de auto iets achterover hing en de koplampen minder op de weg schenen dan op de heenreis. En duidelijke witte strepen zoals tegenwoordig waren er toen nog niet op de weg. Langs de spoorlijn ging het nog wel, daar waren brede bermen en als hij iets te veel naar een kant ging was dat direct voelbaar. Maar voorbij het spoorwegviaduct werd het slechter, de weg was smal en de sloten aan beide kanten dichtbij. Het zicht was zo slecht, dat hij zijn zoon over het midden van de Tolsteeg vooruit liet lopen, zodat hij kon zien waar hij moest rijden. Het was niet bepaald een vlotte reis, maar het belangrijkste was dat ze zonder ongelukken in Wijngaarden zijn aangekomen. Andere vaste klanten waren de Drinkwaterleiding in Meerkerk en in de zestiger jaren het Sliedrechtse Ziekenfonds. In 1959 bedroeg de ritprijs vijfendertig cent per km.

Omdat het taxibedrijf niet alle tijd van Korevaar in beslag nam, heeft hij voor de Drinkwaterleiding in Meerkerk ook nog kwitanties geïnd en meters opgenomen. De meters zaten buiten in een put en het was geen eenvoudig karwei om die af te lezen, want die putten waren diep en stonden meestal vol stinkend water. De waterleiding eindigde aan het westeinde van Wijngaarden. Aan het eind van de leiding moest wekelijks gespuid worden om roestvorming in de buizen te voorkomen. Hij haalde ook de huren op van de gemeentewoningen en verkocht in de zomermaanden bier en frisdranken voor de firma G. van de Wiel uit Sliedrecht. Wekelijks werd bij de boeren geïnformeerd naar hun toekomstige dorst, en of ze om die te lessen nog dranken nodig hadden. Dit alles deed Korevaar om aan de kost te komen.

Het einde
In de zestiger jaren begon het aantal autobezitters sterk toe te nemen en de behoefte aan een taxi werd daarmee evenredig minder. Waren er in de goede jaren wel zo’n 500 á 600 klanten per jaar, in 1963 waren het er nog maar ruim 300, en dat aantal nam nog gestadig af. Op 12 april 1965 staat de laatste rit genoteerd, het was weduwe Mouthaan, voor een rit naar Bleskensgraaf die haar f. 3,- kostte. Het was het tiende ritje van dat jaar!

Kotax, opgericht in de crisistijd, ging na een bestaan van ongeveer 27 1/2 jaar ten onder, niet alleen aan de toenemende welvaart, maar ook door de verslechtering van de gezondheidstoestand van de eigenaar. Gebleven zijn de rittenboekjes waarin veel is te lezen, want alles wat aan lief en leed in een mensenleven kan voorkomen, zoals geboorte, huwelijk, ziekte en dood, is erin te vinden.

Echtpaar Korevaar-van Vuuren. Foto G. Korevaar

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij de medewerking van de zoon van Klaas Korevaar, heer G. Korevaar te Sliedrecht die in het verleden onder meer de rittenboekjes aan de HVB heeft geschonken.

Dit artikel is reeds eerder verschenen in verenigingsblad ‘De Binnenwaard’ maart 2007.