Van ouden menschen, de dingen die voorbijgaan…. (deel 1)

Met de titel van deze fameuze roman uit 1906 heeft Louis Couperus de vergankelijkheid van de tijd aangeduid. De fragiliteit geldt zeker oude fotoportretten. Wat een vereeuwiging voorspelde, wordt twee, drie generaties later al niet meer herkend. Foto’s zijn net zo tijdgebonden als ons geheugen en op die manier dreigt de identiteit van personen op oude foto’s ras aan ons voorbij te gaan. Dit artikel probeert een opmaat te zijn om dit gemis een halt toe te roepen.

Het probleem
Al langer liep ik met het idee om aandacht te vragen voor een zekere ramp die zich op historisch gebied dreigt te voltrekken. Het betreft de documentatie van oude portretfoto’s, beter gezegd de identificatie van de personen die er op zijn afgebeeld. Bijna elke familie bezit ze wel: oude dikke familiealbums met bruine kartonnen kaartjes waarop fotootjes zijn geplakt; de zogenaamde cartes-de-visite. Prachtige gezichten, die je verwonderd aankijken met een blik van ‘kijk mij nou’. Of de verzameling losse foto’s uit opa’s oude sigarendoos. Foto’s van gemobiliseerde soldaten uit de Eerste Wereldoorlog, foto’s met het gezin voor de familieboerderij.
Maar wie zijn die mensen? Familie, vrienden, personeel? Dikwijls weten we het wel van overlevering, soms van namen die in potlood achterop zijn geschreven. Maar ook heel vaak weten we het niet, vooral als het om oude foto’s van vóór 1900 gaat. Foto’s zijn generatiegebonden en worden vooral gekoesterd door de tijdgenoten zelf. Al iets lastiger wordt het voor de kinderen, laat staan voor opvolgende generaties. Alle moderne hulpmiddelen ten spijt we zullen de geheugens van hoogbejaarden moeten raadplegen om de personen uit de vergetelheid te halen. We zullen onbekende portretten moeten vergelijken met foto’s waarop de afgebeelde personen wel bekend zijn.
We kunnen het ook nalaten. Dan accepteren we collectief dat alleen al in de binnenwaard duizenden portretten uit de eerste decennia van de fotografie voor eeuwig naamloos als silhouet door de toekomst gaan, zonder identiteit, zonder context, zonder verhaal. Een leuk plaatje, meer niet.
Aan de hand van een determinatie van twee oude fotoalbums van mijn grootmoeder wil ik enkele aanbevelingen doen hoe dergelijke albums te documenteren en hoe namen achterhaald kunnen worden. In een volgend artikel ga ik wat dieper in op de datering van oude foto’s en een suggestie om voor de Binnenwaard een database van oude portretfoto’s aan te leggen.

De aanleiding
In het kwartaalblad van december 2007 stond een interessant artikel over de bewoningsgeschiedenis van de boerderij

Nijs Korevaar en zijn tweede vrouw Annigje Vlot.

Brandwijksedijk 24 in Brandwijk. In dat artikel komt een hele reeks rechtstreekse voorouders van mij voorbij, te beginnen met mijn oud grootvader Cornelis van der Giessen die in 1816 de betreffende boerderij kocht. Die vererfde daarna op Jan Korevaar en Marrigje van der Giessen en vervolgens op hun tweede zoon Nijs Korevaar, mijn betovergrootvader, en zo verder. Op de hofstee woonden verder in het begin van hun huwelijk Pietertje Korevaar, oudste dochter van Nijs Korevaar, en Thomas van Dieren en andere familieleden. En dan komen we dichter bij het onderwerp, want al deze namen hebben een gezicht in twee kloeke fotoalbums met 92 foto’s van mijn oma Heiltje van Dieren (1896-1972), die in 1917 huwde met mijn opa Piet van Rees (1890-1979).
Het lijkt me goed deze fotoboeken kort voor het voetlicht te houden en te vertellen wat wij ermee hebben gedaan. Het eerste album bevat de oudste afbeeldingen. Ik vermoed dat mijn oma het boek al voor haar huwelijk in bezit had en het van lieverlee met foto’s van familieleden en vrienden heeft gevuld. Mogelijk is ook dat ze het boek van haar moeder Pietertje Korevaar heeft geërfd. Een aanwijzing hiervoor is dat de meeste foto’s personen van een voorgaande generatie aangeven; ouders, ook grootouders, ooms en tantes. Het fotoalbum bevat twee maten foto’s, de gangbare trend rond de vorige eeuwwisseling. Het al genoemde visitekaartformaat met foto’s van 9 bij 6 die op kartonnetjes werden geplakt van 10,5 x 6,5 cm en het grotere cabinetformaat met foto’s van 14 bij 9,5 cm op karton van 16,5 x 10,5 cm. Het tweede fotoboek dateert van circa 1917. De eerste foto is de trouwfoto van mijn grootouders die in dat jaar huwden. Het album bevat foto’s die beslist jonger zijn dan de foto’s in het andere album. Het betreft portretten van familieleden, vooral zussen en aangetrouwden, neven en nichten, maar ook veel foto’s van vriendinnen. De meeste foto’s zijn ook niet meer op karton geplakt.

Het traceren van de namen
Na het overlijden van mijn opa kwamen de albums bij mijn ouders terecht. Een paar jaar later werd het plan opgevat om de identiteit van de nog onbekende personen te achterhalen. De familiegegevens werden geraadpleegd. De oudste ooms en tantes kregen het verzoek zoveel mogelijk namen aan te geven en zo werden de jongste portretten geïdentificeerd. Het herkenningsvermogen reikte echter niet verder dan circa 1900. We verkeerden echter in de gelukkige omstandigheid dat de zussen van mijn oma een zeer hoge leeftijd mogen bereiken. Het lukte deze krasse dames van in de negentig om hun afgebeelde generatiegenoten en het merendeel van de generatie daarvoor van een naam te voorzien. Verder terug bleek helaas niet mogelijk. Daardoor zijn de personen op een twintigtal foto’s uit het oudste album helaas nog onbekend.

Twee onbekende personen uit het eerste fotoalbum van Heiltje van Rees-van Dieren. De foto’s dateren uit 1888. De afbeeldingsweergave wordt ten voeten uit genoemd.


Determinatie en documentatie
In 2002 heb ik voor familie een lezing gehouden over de familiegeschiedenis. Voor die gelegenheid heb ik toen alle foto’s gescand, van gegevens voorzien en die vervolgens m.b.v. het officeprogramma Excel in een database gezet. Bij de opzet van de indeling heb ik zoveel mogelijk gegevens vermeld die op een of andere wijze van nut konden zijn bij het achterhalen van de identiteit van de afgebeelde personen. Verder is de opzet zo gemaakt dat die uiteindelijk op een website kan worden geplaatst en de foto’s als thumbnail kunnen worden aangeklikt.

Op de eerste foto na zijn de in dit artikel afgebeelde foto’s gemaakt in Gorinchem. De herkomst van andere foto’s is zeer divers. De mensen uit de binnenwaard lieten zich tot de komst van de rolfilm in circa 1910 vooral portretteren in de naburige steden Gorinchem, Schoonhoven, Dordrecht, maar ook verder van huis in Gouda, Breda, Rotterdam en ‘s-Gravenhage. Een belangrijk gegeven voor de determinatie van de oude foto’s is uiteraard de fotograaf. Ik heb geprobeerd om voor alle op de foto’s vermelde fotografen te achterhalen wanneer zij actief zijn geweest. In combinatie met de specifieke kenmerken van de foto zelf, zoals kleding en aanvullende gegevens als het trouwjaar, is een indicatie van de ouderdom te geven.

 

Dit artikel is reeds eerder verschenen in verenigingsblad ‘De Binnenwaard’ juni 2008.