Ga naar de inhoud

In de nacht van 11 op 12 april 1945 werden, enkele weken voor de bevrijding, in deze
polder wapens afgeworpen door een Engelse bommenwerper. Nederland was al bijna
vijf jaar bezet door de Duitsers. Op veel plaatsen waren verzetsgroepen ontstaan die
overvallen pleegden op de Duitsers of in de laatste fase van de oorlog geallieerde
piloten hielpen om naar het reeds bevrijde zuiden te ontsnappen. De verzetsgroepen
in de Alblasserwaard hadden bij hun verzetswerk wapens nodig.

Verzetsgroep Bleskensgraaf
In een boerderij aan het Westeinde te Bleskensgraaf had de verzetsgroep Bleskensgraaf een onderkomen waar ze ook over een zender beschikten en in verbinding stonden met Engeland.
Op 16 februari was er contact met de geallieerden en werd de dropping voorbereid.
De geallieerden stuurden een verkenningsvliegtuig dat luchtfoto’s maakte van het opgegeven landingsterrein. Zodra alles in orde was, kreeg men begin maart van Radio Oranje de bevestiging van de dropping. De boodschap luidde ‘Houten duivel in een kistje’. Dit is de zin waarnaar werd uitgezien, zodat de voorbereidingen konden beginnen.

Wapendropping
Het tijdstip van de dropping werd wederom door middel van een code doorgegeven. Die luidde: ‘De vergadering begint middernacht’. Dit betekende dat nog in dezelfde nacht de wapens tussen 0.00 en 2.00 uur werden afgeworpen. De droppingsploeg was ruim op tijd aanwezig. Er lagen drie schouwen gereed voor het vervoer van de wapens. De hoeken van het terrein waren gemarkeerd met lampen die recht omhoog schenen wanneer het vliegtuig zou arriveren.

Na verloop van tijd verscheen het vliegtuig, een Short Stirling bommenwerper, die toentertijd veel voor droppings werd gebruikt.

Het cirkelde een aantal keer rond waarna de mannen op de grond de seinlampen ontstaken. Heen en weer bungelend kwamen 22 containers aan parachutes omlaag. Als ze de grond raakten, bleven ze rechtop staan. Vliegensvlug gingen de mannen aan het werk en sjouwden de containers naar de gereedliggende schouwen. Via de Brandwijkse Vliet voeren de mannen naar de boerderij van Arnold de Haan in Bleskensgraaf. Hier werden de wapens opgeslagen in een varkensschuur. Later kwam daar nog de inhoud van drie containers bij die iets verderop waren gevallen, omdat ze vast bleven zitten aan de bomluiken. Het grootste gedeelte van de inhoud bestond uit stenguns, enkele brenguns, bazooka’s en munitie. Ook zaten er versnaperingen bij en een rubberboot.
Dan begon het gevaarlijkste werk: het distribueren van de wapens. Koeriersters speelden een belangrijke rol bij het vervoer naar de diverse verzetsgroepen die actief waren in de Alblasserwaard. De lege containers moesten ook verdwijnen en werden uiteindelijk met de schouw afgevoerd naar een van de wielen aan de Zijdeweg waar ze in het water werden gedumpt.
Aan het einde van de oorlog zijn de wapens nog gebruikt bij diverse schermutselingen tussen de Duitsers en het verzet.

Overzicht wapens

  • 4 complete Bisquit can radio’s
  • 61 stengun machine pistolen
  • 61 magazijnladers
  • 18000 stuks 9 mm parabellum patronen
  • 4 stuks Brengun mitrailleurs met 32 magazijnen 5824 patronen
  • 4 stuks Bazooka’s met 56 raketten
  • 9 stuks Lee Enfield geweren met 1350 patronen
  • 10 pistolen met munitie
  • 567 Kraaienpoten voor sabotage doeleinden
  • 194 handgranaten met scherfwerking
  • 20 stuks handgranaten No 82
  • 4 stuks handgranaten met fosfor
  • 85 kg voedingsmiddelen
  • 2000 sigaretten