Bij het Duitse bombardement op Bleskensgraaf op 12 mei 1940 komen negen slachtoffers om het leven. Bovendien verandert deze ingrijpende gebeurtenis de oude dorpskern in een enorme ravage.
Jan Boele
De Tweede Wereldoorlog breekt op 10 mei 1940 uit. De gevolgen van de eerste oorlogsdagen voor het westelijk deel van de Alblasserwaard.
In de vroege ochtend van vrijdag 10 mei 1940 vallen de Duitsers met een strak geregisseerd plan Nederland binnen. Kolonel H.C. van der Bijl krijgt die ochtend om half vijf van generaal Winkelman de opdracht om met zijn Lichte Divisie vanuit Vught en ’s-Hertogenbosch naar vliegveld Waalhaven bij Rotterdam te gaan en het vliegveld te heroveren op de Duitsers. Van der Bijl gaat direct op pad en komt bij Gorinchem de Alblasserwaard binnen. De wegen zijn hier smal en niet berekend op grote troepenverplaatsingen. Voertuigen die van de weg raken, houden de rest op. Moderne verbindingen zijn er niet. Er is sprake van chaos. Via Goudriaan, Ottoland, Molenaarsgraaf en Brandwijk komt Van der Bijl met zijn troepen ‘s avonds in Bleskensgraaf en Oud-Alblas aan. Een deel van de troepen trekt door naar Alblasserdam. Ze durven niet de in 1939 aangelegde verkeersbrug in Alblasserdam over te steken omdat ze bang zijn dat de Duitsers hier al posities hebben ingenomen en ze in een hinderlaag kunnen lopen. Delen van de Lichte Divisie waaronder het Tweede Regiment Huzaren Motorrijders en delen van de staf houden halt in Bleskensgraaf en verschansen zich in boerenschuren en op boerenerven waar ze hun materieel afdekken met afgekapte wilgentakken om zo aan het zicht van Duitse vliegtuigen te ontkomen. In Oud-Alblas en Alblasserdam staat luchtafweergeschut. De Duitse bevelhebber generaal Kurt Student ziet de Lichte Divisie onder leiding van kolonel Van der Bijl als een bedreiging voor de Duitse bruggenhoofden bij Barendrecht en het Eiland van Dordrecht. Hij geeft opdracht de Nederlandse troepen waar mogelijk aan te vallen. De Duitsers besluiten daarop om Alblasserdam op 11 mei 1940 te bombarderen.

Dat doen ze maar liefst tot vijf keer toe. Hierbij komen 28 mensen om het leven. Gerrit de Jong is een van de gewonden in Alblasserdam. Hij moet zo snel mogelijk naar een ziekenhuis. Dordrecht is vanwege onbereikbaarheid geen optie. Ze willen richting Gorinchem en gaan langs Bleskensgraaf. Daar komen ze aan bij dokter Ingelse. Ze laten Gerrit bij hem achter. Diezelfde middag overlijdt hij daar aan zijn verwondingen. Gerrit wordt begraven op de begraafplaats in Bleskensgraaf.

De Duitsers weten dan ook dat zich in Bleskensgraaf Nederlandse militairen bevinden. In de vroege ochtend van 12 mei 1940, eerste pinksterdag, gooien ze rond zes uur in de ochtend hun bommenlast naar beneden met het doel de dijkjes langs de Graafstroom rondom het dorp op vier plaatsen te vernietigen zodat het leger volledig is ingesloten. Die actie mislukt. Twintig minuten later komen de bommenwerpers terug en bombarderen de oude dorpskern van Bleskensgraaf. Daarbij gebruiken ze ook zwaar mitrailleurvuur van de boordmitrailleurs. Vrijwel de volledige oude dorpskern wordt hierbij getroffen. Er zijn negen slachtoffers te betreuren.

12 mei 1940.





Hulpaalmoezenier majoor J.H. Smit van de staf van de Lichte Divisie schrijft een verslag over wat hij meemaakt:
‘Terug in Oud Alblas vernam ik dat de derde opdracht gewijzigd was in een vierde opdracht: de Noord vast te houden; het eiland van Dordrecht van vijanden te zuiveren; daarna over ’s Gravendeel – Barendrecht naar Waalhaven te marcheren.
In verband hiermee werd de staf van de Lt-D verplaatst naar Bleskensgraaf. Aldaar werd overnacht; ik had een heerlijke plaats op den vloer van een dorpscafé.
12 Mei
Reeds vroeg op de pinkstermorgen werd de staf te Bleskensgraaf door vijandelijke vliegtuigen ontdekt. Wij bevonden ons tusschen de huizen van het kleine dorpje, aan weerszijden van een breeden vliet in het open polderland gelegen. Een keer of vijf kwamen ongeveer telkens tien of twaalf bommenwerpers ons bestoken met mittrailleurvuur en vele bommen. Spoedig stond het dorp in brand en werd betrekkelijk veel schade aangericht. Zodra ik bemerkte dat er militairen gewond waren, stak ik met een schuit over naar de andere zijde om de gewonden te bereiken. Ik kon er enkele bijstaan. Verschillende andere militairen, die van het bombardement onder den indruk kwamen, kon ik bemoedigen. Intusschen cirkelden er nog telkens vliegtuigen ter verkenning.
In den namiddag marcheerde de staf ter uitvoering van de vierde opdracht op naar Dubbeldam. De geestelijke verzorgingsdienst nam met den geneeskundigen dienst wederom plaats aan de staart van de colonne. Deze opmarsch naar het Papendrechtsche veer was over den smalle, open polderweg een gevaarlijke onderneming.’
Een dag later, op 13 mei om half zes in de ochtend, bombarderen de Duitsers de boerderij van de familie Brouwer de Koning aan het Oosteinde in Oud-Alblas.

De restanten van de boerderij van de familie Brouwer de Koning aan het Oosteinde in Oud-Alblas.
Hierbij komen drie leden van dat gezin om het leven. Dit zijn Pieter de Brouwer de Koning, 48 jaar oud; zijn dochter Margje Simona, negentien jaar oud, en zijn zoon Willem, vijftien jaar oud. Zij worden ook in het gemeenschappelijk graf bijgezet net als de overledenen uit het gezin van de familie Van Houwelingen. De vrouw van Pieter, Magcheltje van den Herik, wordt zwaar gewond onder het puin vandaan gehaald.
Kolonel Van der Bijl van de Lichte Divisie heeft geen onbesproken gedrag. Enkele van de onder zijn bevel staande officieren trekken zijn loyaliteit aan koningin en vaderland in twijfel.
Hij sympathiseert voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog met het nationaalsocialisme. Hiervoor wordt hij na afloop van de oorlog tot vier jaar cel veroordeeld.
De gevolgen voor de familie Van Houwelingen-Bron bij het bombardement van 12 mei 1940 op Bleskensgraaf
Het bombardement van 12 mei 1940 op de oude dorpskern van Bleskensgraaf heeft dramatische gevolgen voor de familie Van Houwelingen uit Oud-Alblas. Maar liefst vijf leden uit het gezin van Jacob van Houwelingen en Cornelia Bron komen om het leven.
Het gezin van Jacob en Cornelia van Houwelingen-Bron uit Oud-Alblas
Jacob en Cornelia van Houwelingen-Bron gaan na hun huwelijk op 26 februari 1914 in de Peperstraat in Oud-Alblas naast timmerbedrijf Nijhof wonen. Jacob is op 9 juni 1891 in Oud-Alblas geboren en op 28 september 1956 in Dordrecht overleden. Cornelia Bron is op 25 november 1893 in Oud-Alblas geboren en op 12 mei 1940 in Bleskensgraaf overleden. Cornelia is een dochter van Aaltje Bron die voor haar huwelijk met Klaas van de Weijde op 24 augustus 1895 ongehuwd zwanger is. De achternaam van Cornelia blijft dezelfde als die van haar moeder. Jacob en Cornelia krijgen tussen 1914 en 1936 veertien kinderen. Ook Cornelia is zwanger als ze trouwt.
- Op 19 juli 1914 wordt hun eerste kind levenloos geboren.
- Deliaantje van Houwelingen is geboren op 16 juli 1915 in Oud-Alblas en gestorven op 12 mei 1940 in Bleskensgraaf op de leeftijd van 24 jaar. Ze noemen haar Jaantje.
- Klaas van Houwelingen is geboren op 4 september 1917 in Oud-Alblas en op 27 september 1944 op de leeftijd van 27 jaar in Dordrecht gestorven. Hij trouwt op 10 mei 1944 in Groot-Ammers met Wilhelmina van der Ham. Zij is op 6 mei 1920 in Groot-Ammers geboren en overleden op 10 oktober 1981 in Groot-Ammers op 61-jarige leeftijd. Klaas verdrinkt op 27 september 1944. Wilhelmina is dan zwanger van haar eerste kind. Het kind komt helaas op 28 februari 1945 in Groot-Ammers levenloos ter wereld.
- Aaltje van Houwelingen is geboren op 17 maart 1920 in Oud-Alblas. Ze trouwt op 24 juni 1942 met Teunis Bot die op 15 december 1913 in Nieuw-Lekkerland is geboren. Aaltje is op 26 januari 2014 in Brandwijk op 93-jarige leeftijd gestorven en op 31 januari 2014 in Brandwijk begraven. Teunis overlijdt op 30 mei 1988 in Sliedrecht op 74-jarige leeftijd.
- Annigje van Houwelingen is op 6 maart 1923 in Oud-Alblas geboren. Ze is op 21 april 2022 in Opheusden op 99-jarige leeftijd gestorven en op 26 april 2022 in Alblasserdam begraven. Annigje trouwt met Pieter Gerrit Twigt. Pieter Gerrit is geboren op 21 oktober 1918 in Alblasserdam en overleden op 17 april 1981 in Alblasserdam op de leeftijd van 62 jaar.
- Jacob van Houwelingen is op 20 augustus 1924 geboren en op 28 maart 2020 op de leeftijd van 95 jaar overleden. Op 11 november 1948 trouwt hij met Neeltje Vonk. Neeltje is op 13 november 1928 geboren en op 18 april 2020 op de leeftijd van 91 jaar overleden.
- Marigje van Houwelingen is op 10 februari 1926 in Oud-Alblas geboren en op 11 oktober 2015 in Bleskensgraaf op 87-jarige leeftijd gestorven. Ze trouwt op 4 mei 1955 met Willem Bas. Willem is op 7 januari 1927 geboren en op 29 augustus 2006 op 78-jarige leeftijd overleden.
- Op 25 december 1927 wordt een levenloze tweeling geboren.
- Arina Hendrika van Houwelingen is op 26 april 1929 in Oud-Alblas geboren. Ze is op 12 mei 1940 in Bleskensgraaf op elfjarige leeftijd gestorven. Ze noemen haar Rina.
- Cornelia Jacoba van Houwelingen is op 6 juni 1930 in Oud-Alblas geboren. Ze noemen haar Corrie. Ze is op 89-jarige leeftijd op 12 april 2020 gestorven in Sliedrecht. Zij trouwt op 25 september 1953 in Sliedrecht met Cornelis van Tilburg, geboren op 12 september 1925 in Woudrichem. Hij is op 22 februari 2013 op 87-jarige leeftijd in Sliedrecht overleden.
- Hendrika Willempje van Houwelingen is op 24 november 1931 in Oud-Alblas geboren en op 2 juni 2019 op 87-jarige leeftijd overleden. Zij trouwt op 30 november 1952 met Gerard Elkhuizen. Gerard is op 18 mei 1928 geboren en op 18 februari 2002 op 73-jarige leeftijd overleden.
- Pieter van Houwelingen is op 4 april 1933 in Oud-Alblas geboren. Ze noemen hem Piet. Hij is op zevenjarige leeftijd op 12 mei 1940 in Bleskensgraaf gestorven.
- Geertje van Houwelingen is op 1 maart 1936 in Oud-Alblas geboren. Ze is op vierjarige leeftijd op 12 mei 1940 in Bleskensgraaf gestorven.
Jacob werkt op de scheepswerf van Smit in Alblasserdam. Vanwege hartklachten moet hij metdit zware werk stoppen. Hij begint een handel in klompen en gaat al snel over op de verkoop van levensmiddelen. Als er in de grote zaal van naastgelegen timmerfabriek Nijhof een toneelstuk wordt opgevoerd, verkoopt Jacob in de pauze allerlei snoepgoed. Dat is een mooie bijverdienste. Dat is nodig omdat ze vanuit de winkel niet veel verkopen. Hij gaat daarom bij zijn klanten langs de deur om zijn levensmiddelen te verkopen. Dat doet hij met de fiets.

Later schaft hij een bakfiets aan. Zijn kinderen helpen ook al snel mee in het bedrijf. De oom van Cornelia, Willem Bron, heeft ook een levensmiddelenwinkel in Oud-Alblas. Die is gevestigd op Noordzijde 8. Hij bezorgt zijn spullen met de hondenkar bij zijn klanten. Rond 1934 verhuist het gezin van Jacob en Cornelia naar Noordzijde 8 na het overlijden van de moeder van Willem Bron. Alle gezinsleden dragen ook dan hun steentje bij om het hoofd boven water te houden. Ze hebben klanten in Oud-Alblas, Bleskensgraaf, Molenaarsgraaf en Streefkerk. Zoon Klaas krijgt rond 1934 werk bij de grossier die aan Jacob van Houwelingen de levensmiddelen levert.
Pasfoto van Jacob vna Houwelingen
De familie Van Houwelingen vlucht vanuit Oud-Alblas naar het veilig gewaande Bleskensgraaf.
De reden van de komst van het gezin Van Houwelingen is dat het gerucht gaat dat de Duitsers net als Alblasserdam op 11 mei 1940 ook Oud-Alblas zullen bombarderen. Het hele gezin vlucht die dag naar Bleskensgraaf. Vader Jacob van Houwelingen beschikt over een bakfiets die ze volladen met kleding en huisraad. Twee kinderen onder wie Geertje mogen in de bakfiets. De overige gezinsleden lopen naar Bleskensgraaf. In Bleskensgraaf vangt de familie Verlek hen op. De winkel in Oud-Alblas blijft onbeheerd achter. Jacob en Cornelia krijgen met hun tien kinderen bij hen onderdak. Het is dan zaterdag 11 mei 1940. De andere dag is het eerste pinksterdag. In alle vroegte worden ze wakker van een heftig jankend geluid van overvliegende Duitse bommenwerpers. Ze laten rond zes uur in de ochtend hun bommen op vier verschillende plaatsen vallen met het doel de dijkjes langs de Graafstroom onbegaanbaar te maken zodat een deel van de aanwezige Nederlandse Lichte Divisie vast komt te zitten in het dorp. De aanval lukt niet. De inwoners van Bleskensgraaf en de gevluchte familie Van Houwelingen hebben de schrik van hun leven. Velen vluchten het land in, in de hoop daar een veilig heenkomen te vinden. Twintig minuten later zijn de bommenwerpers terug. Opnieuw laten ze hun bommen vallen en is er zwaar mitrailleurvuur. Deze keer gebeurt dat op de woningen en winkels in de oude dorpskern van Bleskensgraaf. Deze aanval wordt het gezin Van Houwelingen noodlottig. Moeder Cornelia en de kinderen Jaantje, Rina, Pieter en Geertje overleven dit niet. De boerderij van de familie Verlek krijgt een voltreffer en vliegt in brand. Jacob van Houwelingen probeert met alle mogelijke middelen zijn gezinsleden te redden maar dit is helaas tevergeefs. Nog diezelfde avond worden ze in een gemeenschappelijk graf begraven.





Boven v.l.n.r. Jaantje en Cornelia; onder v.l.n.r. Rina, Geertje en Piet.
Dochter Cornelia Jacoba heeft haar herinneringen aan het bombardement en de gevolgen ervan op papier gezet. ‘Ik was een meisje van ruim 9 jaar. Ik was gewoon naar school gegaan met mijn zusje Rina. De juffrouw zei: “De oorlog is uitgebroken.” Maar wij dachten wat is dat nou, maar daar kwamen we snel achter. We moesten naar huis. Onderweg vlogen de vliegtuigen zo laag dat ze de toppen van de bomen raakten. Als ze iets bijzonders zagen, werd er geschoten. Het was echt angstig. We waren blij dat we thuis waren en daar waren ze ook erg aangedaan. Een dag later bombardeerden ze Alblasserdam en twee dagen later Oud-Alblas. Deze plaatsen grenzen aan elkaar. De mensen vluchtten van het ene dorp naar het andere. Ook de soldaten trokken op. Er kwam een bevel: “Allemaal vluchten!” Maar waarheen, dus naar Bleskensgraaf. Thuis waren ze druk bezig om spullen bij elkaar te zoeken. We hadden thuis een kruidenierswinkel en waren in het bezit van een bakfiets. Twee kinderen hadden de mazelen. Die gingen eerst in de bakfiets en daarna de spullen. We wisten niet hoe lang we weg zouden zijn. We kwamen terecht in de boerderij van de familie Verlek. De hele nacht hebben we in de schuur gezeten. Wat was alles vreemd! In de vroege ochtend moesten we dekking zoeken. Met z’n allen zijn we de kelder ingegaan. Veel mensen wilden erin maar niet allemaal. Toen we net in de kelder waren, moesten we er weer uit en weer terug naar de schuur. Het dak stortte in. Er was een bom op de boerderij gevallen. Plotseling was het donker om ons heen. We konden onmogelijk onder het ingestorte dak vandaan komen. Het was heel angstig. Je hoorde gillen, schreeuwen en ik kreeg trappen tegen mijn hoofd. Als ik daaraan denk, hoor ik het nog. Aan mijn been voelde ik het branden. Even later hoorde ik dat er iemand aankwam. Het puin werd weggeschoven en een man trok mij ertussen uit en hij zei: “Wegwezen!” Op dat moment dacht ik nergens aan. Ik was gered. Tot mijn schrik zag ik grote vlammen voor me en ook zag ik mijn broertje Piet. Hij zat vast aan een balk. Niemand kon hem helpen. Ook riep hij naar mij maar ik moest vluchten. Zijn gezicht was opengesprongen van de hitte. Mijn vader heeft ook nog willen helpen. Hij moest voor zijn eigen leven vluchten. Vreselijk was dat! Volgens mij is hij levend verbrand en daar denk ik nog veel aan. Buiten en overal liepen soldaten. Zij kwamen vlug helpen. Ze droegen mij naar het land. Achter in het land stonden bomen. Daar konden we onder kruipen. Op dat moment wist ik niet wie er nog leefde. Wie er allemaal in het land waren, weet ik niet meer. De boerderij was tot de grond toe afgebrand. Ook zijn er dieren verbrand. Later hoorde ik dat er van ons gezin vijf waren gestorven: mijn moeder, drie zusjes en een broertje. De hele dag waren we in het land. ’s Avonds zijn we naar een nicht in Molenaarsgraaf gegaan. Mijn zus Marigje is naar het ziekenhuis in Gorinchem gebracht. Haar ruggenwervel was ingedrukt, dus kon ze niet lopen. Hoe lang ik bij die nicht gebleven ben, weet ik niet. Later gingen we weer naar ons eigen huis terug. Dat was erg want je mist er zoveel die er niet meer zijn. Eigenlijk was ik te jong om alles te begrijpen.’


Ook Marigje overleeft het drama. Nederlandse soldaten halen haar zwaargewond onder het puin vandaan en ze brengen haar naar het ziekenhuis in Gorinchem. Marigje weet dan nog niet dat haar moeder, haar drie zusjes en haar broertje zijn overleden. Wanneer haar vader Jacob bij haar op bezoek komt, mag hij haar dat niet vertellen. Als Marigje aan hem vraagt waarom hij haar moeder nooit meebrengt, antwoordt hij niet of hij kijkt van haar weg. Als ze herstelt, is ook het moment daar waarop Jacob tegen haar zegt: “Moe is er niet meer, Jaantje is er niet meer, Arina is er niet meer, Piet is er niet meer en Geertje is er niet meer.” Marigje barst in huilen uit. Niet alleen zij maar ook haar nog in leven zijnde vader Jacob, haar broer Klaas en haar zussen Aaltje, Annigje en Cornelia Jacoba dragen dit onvoorstelbare verdriet hun leven lang met zich mee. Op 26 september 1946 wordt op initiatief van een speciaal ingesteld comité een oorlogsmonument op het gemeenschappelijk graf onthuld met de namen van alle oorlogsslachtoffers uit Oud-Alblas. De jongere broer van Cornelia Bron, Jan van der Weijde, houdt bij de onthulling een toespraak namens de familie.
Op 26 september 1946 wordt op initiatief van een speciaal ingesteld comité een oorlogsmonument op het gemeenschappelijk graf onthuld met de namen van alle oorlogsslachtoffers uit Oud-Alblas. De jongere broer van Cornelia Bron, Jan van der Weijde, houdt bij de onthulling een toespraak namens de familie.


De omslag van het boekje met de redevoeringen uitgesproken tijdens de onthulling van het oorlogsmonument op 26 september 1946.
Jacob van Houwelingen overlijdt op 28 september 1956. Marigje neemt de winkel dan van haar vader over. Zij houdt dit vol tot 1958. Haar man heeft inmiddels een vast inkomen waardoor het runnen van de winkel niet langer nodig is. Het pand is later afgebroken. Ook als Marigje tijdens de laatste jaren van haar leven vanwege dementie is opgenomen in verpleeghuis Salem herinnert ze zich nog precies wat haar vader haar in het ziekenhuis vertelde.

De vier omgekomen Nederlandse militairen bij het bombardement op Bleskensgraaf op 12 mei 1940
De eerste Nederlandse militairen komen in de avond van vrijdag 10 mei 1940 in Bleskensgraaf aan. De meesten echter pas in de loop van zaterdag 11 mei. Het is een constante stroom van eenheden. Ze zijn op doortocht richting het Papendrechtse veer. Ze beleven op de vroege ochtend van de eerste pinksterdag van 1940 angstige momenten. Duitse vliegtuigen vliegen laag over en laten hun bommen vallen.
Eerste luitenant van het Tweede Regiment Huzaren Motorrijders Bruinier schrijft een kort verslag van de verplaatsing vanuit Noord-Brabant naar Bleskensgraaf: ‘11 mei 1940 Van Weibosch gemarcheerd naar Vught, waarna via Tilburg en Oosterhout naar Gorinchem werd gereden, met medeneming van de treinen. Op de kunstweg Tilburg-Breda werd de Staf beschoten door mitrailleurvuur uit vijandige vliegtuigen. Op last van C.2 R.H.M. werd, in verband met een te verwachten aanval op Gorinchem, afgemarcheerd naar Bleskensgraaf, alwaar de Staf bij duisternis aankwam. Door slecht opgestelde treinen van andere onderdelen der Lt. D. en het gemis van eenige verkeersregeling kon de Staf alleen in de kom van Bleskensgraaf, waar vrijwel geen dekking te vinden was, worden opgesteld.
12 mei 1940 In de vroege ochtend bombardement van Bleskensgraaf, uit vliegtuigen, waarbij een groot gedeelte van het materiaal vernietigd werd. De rest van de dag heeft het personeel van de Staf getracht zoveel mogelijk materiaal uit de puinhopen te redden, waarna in de namiddag werd afgemarcheerd naar Papendrecht. Aldaar werden de treinen gedurende de nacht verspreid en gedekt opgesteld.’
In een ander militair verslag lezen we dat het op zondag 12 mei 1940 mooi weer is en dat ze vanaf den vroegen morgen laagvliegende vliegtuigen waarnemen; ‘het korte doch veel vernielende luchtbombardement te ongeveer 6.00 uur te Bleskensgraaf, waarbij veel motormateriaal en tal van voertuigen verloren gingen en het ontbreken van luchtdoel artillerie en luchtdoel mitrailleurs gaven een gevoel van onmacht. Van de drie mitrailleurs der Reg. Res. heeft de laatste gevuurd tot een bom de bediening in een kippenhok wierp. Er bleef aanwezig een meermalen uitgesproken wil om weerstand te bieden, ook al had de troep den indruk dat zijn strijdmiddelen niet opgewassen waren tegen de machtige luchtstrijdkrachten des vijands.’

Leendert Huisman is een zoon van Teunis Huisman en Marrigje Verburg. Teunis en Marrigje trouwen op 22 maart 1917. Ze krijgen vijf kinderen. Leendert is de oudste. Hij wordt op 11 februari 1918 op het adres Kerkweg B 152 in Schoonhoven op de grens met Bergambacht ter hoogte van De Hem geboren. Zijn zus Marrigje is in 1924 geboren en in hetzelfde jaar overleden. Leendert is in het dagelijks leven landbouwer van beroep en ongehuwd. Op 11 oktober 1937 gaat hij als dienstplichtige in militaire dienst. Hij is 1.70 meter lang. Leendert behoort dan tot het 3e Regiment Infanterie. Op 2 september 1938 gaat hij met groot verlof. Leendert is dan lid van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm afdeling Bergambacht. Hij wordt op 29 augustus 1939 gemobiliseerd en op 8 november 1939 komt hij bij het Korps Motordienst in ’s-Hertogenbosch. Op 10 mei 1940 gaat hij met zijn eenheid vanuit Den Bosch naar Bleskensgraaf waar hij op 12 mei overlijdt.

Bij de begraafplaats in Schoonhoven staat een informatiebord met de namen van acht oorlogsslachtoffers uit Schoonhoven die om het leven komen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Bij de naam en de foto van Leendert lezen we: ‘Hij is dienstplichtig soldaat bij de mitrailleurcompagnie van de 2e bataljon van het 1e Regiment Wielrijders (MC-II-1-RW). Het bevel van die compagnie is in handen van majoor N.C. Kloppenburg. Op 10 mei 1940 ontvangt de eenheid het bevel om via Gorinchem richting Rotterdam te gaan. Op 11 mei houden ze halt op de weg tussen Bleskensgraaf en Oud-Alblas in afwachting van verdere orders. Er wordt heftig gebombardeerd en om aan dit geweld te ontkomen, springt Leendert in een sloot. Zijn hoofd komt boven het water uit en hij wordt geraakt door rondvliegende granaatscherven. Leendert is op slag dood. Zijn lichaam is onherkenbaar verminkt. Aan de afgeknipte mouwen van zijn overhemd wordt hij geïdentificeerd. De laatste keer dat hij bij zijn ouders was, vond hij dat overhemd veel te warm. Hierop knipte zijn zus stukken van de mouwen af en bewaarde die. Dankzij dit voorval kan Leendert worden herkend. In eerste instantie wordt hij begraven in een weiland. Op 26 juni 1940 wordt Leendert herbegraven op deze begraafplaats. Het maakt nu deel uit van het oorlogsmonument en is te vinden bij het kruis.’

Leendert is 22 jaar oud geworden. Zijn kameraden dragen hem naar zijn laatste rustplaats in Schoonhoven.





Op 25 februari 1948 ontvangt Leendert Huisman postuum het oorlogsherinneringskruis met gesp voor bijzondere krijgsverrichtingen. Deze onderscheiding is voor Nederlandse militairen en burgers die tijdens de Tweede Wereldoorlog deelnemen aan krijgsverrichtingen. De gesp maakt inzichtelijk waarvoor hij deze onderscheiding postuum ontvangt: Nederland mei 1940.


Anthonie Philippus Hendrik KeijseAnthonie Philippus Hendrik Keijser is een zoon van Johannes Theodorus Keijser, chauffeur van beroep, en Maria Wilhelmina Ida van Schijndel. Zij trouwen op 5 augustus 1917. Hij is op 31 maart 1919 als middelste van drie kinderen in Den Haag geboren. Zijn oudere zus heet Pieternella Johanna en zijn jongere broer heet Marinus. Anthonie Philippus Hendrik groeit op in een Rooms-katholiek gezin. In het dagelijks leven is hij werkzaam als kruideniersbediende. Hij komt als dienstplichtig soldaat op 2 november 1938 op en behoort met ingang van 1 maart 1939 als motorrijder tot het 1e Regiment Wielrijders. Hij is met 1.68 klein van stuk.
Voorzijde van de dienstplichtkaart van Anthonie Philippus Hendrik Keijser.

Hij overlijdt op 12 mei 1940 direct aan de gevolgen van het bombardement. Op 21 juni 1950 schrijft mr. G.E. Mathon namens het ministerie van Oorlog een brief aan de Commissie tot het doen van Aangifte van overlijden van vermisten van het Ministerie van Justitie in Den Haag dat in verband met zijn vermissing bij het bombardement bekend is ‘dat tijdens een bomaanval uit Duitse vliegtuigen gedurende de meidagen 1940 verspreidden zich enkele bij een auto ingedeelde militairen – onder wie Keijser zich bevond – op een aan de weg gelegen stuk land onder Bleskensgraaf. Er viel een bom op de rand van een sloot ter plaatse, ongeveer op de plaats, waar Keijser zich bevond. Na het inslaan en het springen van de bom was Keijser verdwenen, zodat men aanneemt, dat Keijser door een voltreffer is getroffen. Evenwel zijn latere pogingen, om het stoffelijk overschot te vinden, mislukt, zodat dezerzijds geen overlijdensakte kon worden opgemaakt. Aangezien bij een in maart 1945 plaats gehad hebbende brand de bescheiden, welke op de aangelegenheid betrekking hadden, verloren zijn gegaan, kunnen dezerzijds geen meerdere gegevens worden verstrekt. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is Keijser echter gesneuveld.’
Helaas heeft hij geen graf gekregen omdat niets meer van hem gevonden is. Pas op 20 oktober 1950 wordt zijn overlijdensakte opgemaakt. Zijn naam staat op een monument op het Militair Ereveld De Grebbeberg. Anthonie Philippus Hendrik Keijser wordt 21 jaar oud.


Pieter Jacobus Korving
Pieter Jacobus Korving wordt op 3 maart 1905 in Den Haag als zoon van Arie Korving, kuiper van beroep, en Johanna Taal geboren. Hij is het vijfde van de tien kinderen van Arie en Johanna. Hij volgt uitsluitend lager onderwijs en is klein van stuk met zijn 1,63 meter. Op 25 maart 1925 gaat hij als dienstplichtige in militaire dienst. Pieter moet twee keer op herhaling namelijk van 6 tot en met 22 september 1928 en van 10 tot en met 26 september 1931.
Als hij 25 jaar is, trouwt hij op 21 mei 1930 in Den Haag met Pieternella Dekker. Pieternella is op 12 oktober 1904 geboren. Zij overlijdt in 1985. Piet is als slager in loondienst. Hun eerste zoon wordt op 23 september 1931 geboren. Hij krijgt dezelfde naam als zijn vader: Pieter Jacobus. Op 22 december 1933 wordt Gerrit geboren. Hij overlijdt een half jaar na zijn geboorte op 19 juli 1934. Op 15 november 1936 krijgen Pieter en Pieternella weer een zoon die ze ook Gerrit noemen. Deze Gerrit emigreert naar Australië waar hij op 11 februari 2008 in Sydney overlijdt.



Op 12 juni 1939 wordt hij al gemobiliseerd vanwege de toenemende oorlogsdreiging. Op 13 april 1940 wordt Pieter bevorderd tot korporaal.Bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 is hij dienstplichtig korporaal bij het 2e Regiment Wielrijders (1-I-2 R.W). Hij is dan kok. Hij is direct bij het bombardement op 12 mei 1940 overleden. Pieter is 35 jaar oud geworden. Hij ligt begraven in Den Haag.

Zijn naam staat ook genoemd op een monument voor alle gevallenen voor het vaderland in mei 1940 op het Militair Ereveld in den Haag. Op 22 maart 1948 ontvangt hij postuum het oorlogsherinneringskruis met de gesp voor bijzondere krijgsverrichtingen. De gesp maakt inzichtelijk waarvoor hij deze onderscheiding postuum ontvangt: Nederland mei 1940.


Roelandus Antonius van Dongen
Roelandus Antonius van Dongen is op 10 februari 1919 in Breda geboren. Roelandus Antonius is het jongste van de acht kinderen van Adrianus Cornelius van Dongen, postbode van beroep, en Johanna Maria de Kort. Hij heeft zes oudere broers en een zus. Zijn moeder overlijdt als hij negen jaar oud is. Zijn vader hertrouwt op 11 februari 1931 met de veertien jaar jongere Johanna Cornelia van Dongen. Roeland behaalt zijn diploma mulo a en een boekhouddiploma. Hij gaat aan het werk als kantoorbediende.
Roeland wordt op 2 oktober 1939 als dienstplichtig militair bij het 2e regiment Huzaren Motorrijders geplaatst. Hij werkt daar als administrateur. Op 3 februari 1940 wordt hij bevorderd tot korporaal en op 24 april 1940 tot wachtmeester. Roeland is voorbestemd om de opleiding tot onderofficier administrateur te volgen maar helaas komt het zover niet. Hij raakt bij de Duitse aanval op Bleskensgraaf zwaargewond door een schotwond in zijn buik.


Zijn kameraden brengen hem naar het militaire hospitaal in Gorinchem waar hij op 13 mei 1940 overlijdt. Zijn grafsteen staat op de rooms-katholieke begraafplaats in Breda. Roeland is 21 jaar oud geworden.

Drie van de vier slachtoffers maken deel uit van het 1e en 2e Regiment Wielrijders van de Lichte Divisie. De thuisbasis van deze regimenten is de Isabellakazerne. De naam van Anthonie Philippus Hendrik Keijser staat niet op het monument vermoedelijk vanwege zijn aanvankelijke status als vermiste. De kazerne is tussen 1917 en 1993 in bedrijf en ligt aan de Reutsedijk in Vught.

Op vrijdag 10 april 2026 onthullen we een oorlogsmonument op het Kerkplein in Bleskensgraaf ter herinnering aan de negen personen die bij het bombardement van 12 mei 1940 op Bleskensgraaf zijn omgekomen.
Bronnen
Archieven
Richard Kappen
Geer van Steenis
Wout van Tilburg
Bert Wemmers
Historische Vereniging Binnenwaard
Nationaal archief Den Haag
Nederlands Instituut voor Militaire Historie
Regionaal Archief Dordrecht
Artikelen, boeken en verslagen
Jan Boele, e.a., Bleskensgraaf in Oorlogstijd, Goudriaan 2005.
Corrie van Houwelingen, Boekje met herinneringen en foto’s over het bombardement op 12 mei 1940 op Bleskensgraaf en de gevolgen voor de familie, Sliedrecht 1946.
Hans Korevaar, 1940-1945. Zij kwamen uit de Krimpenerwaard, Schoonhoven 2020.
Corrie Vink-Versteeg, Arie Jongeneel en Jan van Vliet, Handel en Wandel. Een eeuw economische bedrijvigheid in Graafstroom, Goudriaan, 2009.
Boekje met als titel: Redevoeringen enz. gehouden bij de onthulling van het Oorlogsmonument te Oud-Alblas. Uitgave 1946.
Verslag C-Staf 2 Reg. Huzaren Motorrijders 1e Lt Bruinier.
Verslag van de C-Staf 2 RHM m.b.t. Bombardement Bleskensgraaf
Websites
www.zuidfront-holland1940.nl